Bewust Gehoord

Nestdrang

Ik heb mezelf gelezen. Ik dacht mezelf tegen te komen tussen de vier muren die me omringen. Maar ik vond me niet.
Ons huis is niet zo groot dat je erin kan verdwalen. Zeker ook niet te klein om er in deze tijd samen in te vertoeven. Toch voelt dit huis stilaan als een doosje. Een nestkastje. Waarvan ik alle hoeken ken.

We hebben samen aan dit nestkastje gebouwd in de loop van de tijd. Er ons nest in gemaakt en een vogeljong groot gebracht. Mijn zwangerschap ligt al een decennium achter me. Toch komt mijn nestdrang jaarlijks terug en het veroorzaakt onrust. Bij mezelf en de anderen in het nest. Dan maak ik beter even een ommetje, zodat ik de onafgewerkte klussen vergeet en tot rust kom.

Schilderen zorgt ook voor rust. Deuren, plafonds, muren. Toen ik vorig weekend uit het raam ging om de raamkozijnen te schilderen werden mijn oren gestreeld. Niet door het getjilp van de huismussen, waarvoor ik mijn oren moest spitsen tijdens het Huismussen Telweekend. Maar door een lied met een prachtige tekst van Annie M.G. Schmidt. “Ik zou je het liefste in een doosje willen doen.”  Het is één van onze lijfliederen en het wordt hier gretig mee gezongen. Daarna blijft het als een oorwurm hangen. 

In het stukje radio dat erop volgde vertelde Midas Dekkers over zijn boek “De thigmofiel – Het verlangen naar geborgenheid”.
Hij beschrijft thigmofilie als “één van de gemakkelijkste manieren om je lekker te voelen, om gelukkig te worden. Tastbaar geluk. Het is de liefde voor de kleine ruimte, het verlangen naar geborgenheid.” Als bioloog legt hij, op zijn typisch humoristische manier, uit hoe groot de rol van het tastzintuig is. Hoe het tastzintuig ook het troostzintuig kan zijn. Waarbij omhelzing en omhulling voor geborgenheid zorgt.

Heel herkenbaar. Mijn huismussen staan niet te springen om het huis te verlaten. Deze lockdown is een goed excuus om zich te nestelen voor langere tijd. Echte thigmofielen. We zijn tegenpolen op dat vlak. Het rijmt niet met mijn claustrofobie. Ik houd van mijn huis en zijn mussen. Maar om terug thuis te komen moet ik er soms eventjes uit.

Gelukkig kan dat wel eventjes elke dag. Een uurtje dat mag, ja één uurtje dat mag. 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *